Zwart dekzeil als een verfrommeld stuk nacht
over de lading van een vrachtschip geslagen, kronkelende kleurvlekken
op de golven
het rechtsgevoel van je licht
is voortduren, blijven
in een innerlijk varennest, een rijk
van blauwe tafels uit tranen gemaakt
het land binnen groeiende duinen, reikende handen
stemmen achter oevers achter oevers achter je
die me altijd wakker weten te roepen
kwallen als inktvlekken op het strand
prikkeldraad, zoute brem, waaiergewassen met je beste gezichten
uit dromen, je drijft
langs mijn ogen, drinkt deze lucht, bent
de bodem onder me
die wijkt

